discography | news | gigs | biography | contact | myspace | order l'escalier
 
   
   
Reviews L'escalier
   
 

"… Deze schijf lijkt meer op een full length cd want je krijgt maar liefst 14 nummers voor je kiezen. De stijl van Bag lady valt moeilijk in een hokje te proppen, maar zijn met vlagen te vergelijken met de band Daughters (voor degene die deze band kent). De schijf staat vol met uitermate korte experimentele nummers die mij wel kunnen bekoren…" "… Dus je krijgt van alles voor je kaken van grunts tot cleane vocals, samples en keyboards die echter geen moment vervelen. Een favoriet nummer aanwijzen is moeilijk vooral door de lengte van de meeste nummers. Toch neem dat niet weg dat ik deze schijf beslist meer ga beluisteren, want ik mag dit soort werk wel op zijn tijd…"

(Aardschok / René van Belkom)

"Vond je Mr. Bungle geweldig maar mag het best nóg wat extremer? Dan is Bag Lady wellicht wat voor jou. 'L'escalier' is alweer het elfde album van dit gezelschap uit Delft en is ruwweg te omschrijven als een ernstige storing in het afspeelprogramma waar zowel jouw favoriete muziek instaat als die van je pa, je manische zus en je naar death metal luisterende broer. Er wordt vaak meerdere keren per nummer plotseling radicaal van genre gewisseld en regelmatig is het retestrakke samenspel de enige indicatie dat er wel degelijk logica achter een riff zit. Als muzikant heb ik veel bewondering voor de creativiteit, het vakmanschap en de enorme diversiteit van dit gezelschap, maar als luisteraar vind ik dit eerlijk gezegd wel een bijna onuitstaanbaar zenuwslopende bedoeling. 50 punten voor de beluisterbaarheid, 90 voor de uitvoering.
70
"

(Up Magazine / Joost van Gisbergen)

"Jazzy electro-pop met metal doorspekt, wars van alle trends en een blik originaliteit opentrekkend, presenteert dit Nederlands vijftal ons alweer hun elfde plaat. Een ongeregeld zooitje, zo zou je Bag Lady kunnen omschrijven. Een band die grenzenoverschrijdend te werk gaat en geen enkele muziekstijl onbeschadigd hergebruikt in hun zieke hersenspinsels. Met een flinke basis aan paniekerige en springerige doom, death en hardcore worden de resterende gaten gevuld met heldere zang, Hammond en andere keyboardgeluiden, afgewisseld met pop muziek, jazz uitspattingen, liftmuziek (vandaar de titel?) en rustige haast akoestische stukken.
Veel ruimte is gereserveerd voor geluidseffecten. Dit klinkt als Pink Floyd voor hun eerste LP, King Crimson in hun meest experimentele fase, Dillinger Escape Plan in hun meest gefrustreerde periode, Merzbow die op de achtergrond mee staat te spelen en elke denkbare Mike Patton uitspatting. Bag Lady is ontzettend gegroeid sinds de laatste reviews die ik voor de band mocht schrijven. Onnavolgbaar goed blijft het enkel voor de meer gecultiveerde en kunstminnende metalhead. De meer refreingerichte metalheads gaan bedrogen uitkomen met deze release, hoewel je dat niet mag weerhouden om de veertien nummers, gaande van Napalm Death kort tot popdeun lang durend, van dit 'L'Escalier' een keertje te beluisteren.
Erik brandmerkt deze release met: 81/100
"

(Lords of Metal / Erik)

"Bag Lady wordt begin jaren ’90 opgericht door Poul Sven de Haan (bas, samples en piano) en Tiemen Seinstra (zang, toetsen, programming en samples), in eerste instantie vooral als creatieve uitlaatklep. De heren spelen ook in andere bands, maar daarin moeten steeds compromissen gesloten worden. Om helemaal te kunnen doen wat ze zelf willen beginnen ze met z’n tweeën Bag Lady. Er wordt een aantal albums uitgebracht en in 2004 besluiten ze mee te doen aan de Grote Prijs Van Nederland. Hiervoor wordt een liveband opgericht die naast het tweetal bestaat uit Cage! (gitaar) en Mathijs Beukema (drums). De samenwerking bevalt zo goed dat Bag Lady hierna als viertal door het leven gaat. Verdere personele uitbreiding volgt in 2008 als toetsenist John de Haan de gelederen komt versterken.
'L’Escalier’ is alweer de elfde release van Bag Lady en hierop wordt de lijn van de eerdere platen doorgetrokken. Zoals gezegd werd Bag Lady opgericht om geen compromissen te hoeven sluiten en dat doet de band dan ook niet. Het resultaat is een haast niet te omschrijven mix van experimentele elektronica, pop, noise en keiharde metal. Zo begint openingstrack ‘The Ceiling’ met wat vage elektronica, gevolgd door een stukje industrial met een jaren ’80 feel. Hierna komt een bak herrie à la Dillinger Escape Plan en wat jazzy elektronica. De song eindigt vervolgens met een stukje trage maar zeer harde metal. En dat allemaal in iets meer dan tweeënhalve minuut.
In ‘Worthless Sunshine’ zit een uitgesproken poppy stuk met cleane vocalen, maar ook weer een hard stuk en aan het eind wat experimentele elektronica. ‘A Heart Of Gold, Two Black Lungs’ is een dertig seconden durende metalsong, zoals we die ook van Napalm Death kennen. ‘The Wrong Cliché, You Should Be Dead’ is dan weer vrij rustig met vage elektronica en veel noise.
De muziek van Bag Lady zal voor het overgrote deel van de muziekliefhebbers een behoorlijk aantal bruggen te ver gaan. Origineel is het echter zeker wel en als je niet vies bent van een gedurfd experiment en een lekkere bak herrie heb je aan ‘L’Escalier’ een erg leuke cd. Een leuk detail is overigens dat deze cd is opgenomen in de studio van Sjors Fröhlich en Peter Plaisier, beter bekend als The Magic Friends. Deze twee dj’s zijn echt de laatsten waar je aan denkt bij de muziek van Bag Lady
."

(MusicFrom / Eric Rijlaarsdam)

"Opeens moet ik terugschakelen. Niet lang geleden heb ik het elfde album van Baglady in mijn speler geschoven en op de play-knop gedrukt en binnen elke minuten realiseer ik mij dat ik té hard rij. Niet dat dit belangrijk is, maar ergens lijkt het interessant genoeg om te vermelden. Ik vraag mij af of ik te hard rij doordat ik het laatste album van Baglady aan het luisteren ben of om een andere reden. Het is een vraagstuk waar ik geen antwoord op kan krijgen. Ooit zal ik mijn rijbewijs halen en de proef op de som nemen, maar voor nu moet ik het doen met de wetenschap dat ik té hard reed.
Hetzelfde zal ik niet zeggen van Baglady. Ze spelen wel hard, zelfs snel maar nooit té hard. Nooit té snel. Compromisloos misschien, maar dat is juist een goede zaak. Bands die proberen muzikale compromissen te sluiten zijn de bands die als saai, vervelend en totaal interessant beschouwd kunnen worden. Baglady's elfde album kan ik geen van alle noemen. De heren vullen mijn oren met een indrukwekkende mix van Zappa's gekte, elektronische pop en snelle metal.
Gelukkig werd Zappa snel de deur gewezen aangezien niemand de muziek van Frank Zappa kan evenaren. De mannen van Baglady weten dit, alleen een aanzet om Zappa te benaderen wordt gedaan in het eerste nummer "the ceiling". Een intro wat naadloos overgaat geluiden die op een album van Sepultura misschien niet zou misstaan. Toch zijn we er daar nog niet mee. Hoe verder we luisteren en rijden des te meer groeit het idee dat ik in de auto bij Animal Collective en een thrash-metalband ben terecht gekomen. Metal wisselt zich af met electronische pop terwijl uitstapjes naar progressieve rock in de stijl van Van Der Graaf Generator niet geschuwd worden. Wie denkt dat deze totaal uiteenlopende stijlen niet te combineren zijn in één nummer heeft duidelijk Baglady nog nooit gehoord. Ze slagen er zonder moeite in om naadloos te wisselen van stijlen zonder dat het vervelend wordt. En dat binnen nummers die gemiddeld twee á drie minuten duren.
L'escalier is een album om blij van te worden. Muziek om bij auto te rijden. De voet op het gaspedaal te plaatsen en net zo lang door te rijden tot het gaatje bereikt is. Terwijl ik het album voor de zoveelste keer beluister (want één keer luisteren kan nooit genoeg zijn) ervaar ik de spijt dat ik nooit mijn rijbewijs heb gehaald. Ik heb zin om in een auto te springen en de muziek keihard uit de opengedraaide ramen laten knallen. Voor mijn geestesoog zie ik mijn voet de gaspedaal flink indrukken op de snelle stukken zoals bij het nummer "The Art of plunging to one's death" en weer terugnemen bij de klanken die ingezet worden op meer rustigere nummers zoals "Fantastic Violence"
Toch is het niet alleen lof wat de klok slaat, halverwege zakt het album weg in een weinig spannende soundscape-achtige structuur en aanverwante geluiden maar dit wordt heel snel goed gemaakt. Voor ik er erg in heb zie ik mijn voet weer zakken en schuur ik langs wegen en lanen. De glimlach is terug op mijn gezicht en ik voel de wind door mijn haar waaien. En dan is het afgelopen, net geen veertig minuten muziek. Eigenlijk te weinig, maar ook precies genoeg. Met een glimlach stap ik weer uit en haal de cd uit de speler. Morgen ga ik weer rijden (al is het alleen maar in mijn hoofd). Ik heb er nu al zin in!
"

(De tempel van Godpipo / Godpipo)

"De trap. L'escalier betekent "de trap". Vandaar die cover, denkt u misschien, bij het zien van de cover. Ik zeg maar wat, en het slaat ergens op. Toch? Net zo bij deze heren. Alleen weet ik al wat, en jullie nog niet. Hier moest normaal de introductie komen te staan, maar dat is bij de band ook niet het geval. Krullend konthaar hebben ze aan conventies.
Doe eens normaal! Gaat niet. Jazzy gemetalde fricassee is het. Mr Bungle, inclusief clowneske bedoeningen. Clown rock dus, met jazzy math. Math, complexiteit en onvoors(p)(t)elbare composities. Ondersteund door synths en eigenaardige, oneigen geluiden. Kort, en psychedelisch, als vrijpartijen van maniakaal kirrende sperwers.
Soms catchy, maar nooit lang. Behalve in Worthless Sunshine, bijvoorbeeld. Of toch niet helemaal? Wie weet. Vreemde waarnemingsverschijnselen in de teksten ook, dit het verband met electronica en de machinale toestand van de wereld lijken te asociëren. Ik zeg maar wat.
Bizar en zo. Vaagheid ten top. Wel sfeer, en zo. System of a Down unpluggend op LSD, in een circus, met Skinny Puppy. Luistertip: haal die banaan uit je oor. En zo!?
"

(Zware Metalen / Bart Alfvoet)